De afkorting CAO staat voor Collectieve ArbeidsOvereenkomst. Het is een soort raamcontract dat wordt gesloten tussen werkgevers of werkgeversorganisaties en de vakbonden. Feitelijk is een CAO ook meteen een belangrijk deel van het Personeelshandboek omdat ook zaken als salarisinschaling, functiewaardering, omgaan met overwerk en verlofdagen erin staan. Vaak is aan de CAO de deelname aan een Pensioenfonds gekoppeld, waardoor dit zowel voor de werkgever als de werknemer dus een verplichting is. CAO’s kunnen gesloten worden specifiek voor één bedrijf. Dat zijn meestal de grotere bedrijven zoals Shell, Philips en Tata Steel. CAO’s kunnen echter ook gesloten worden voor een volledige bedrijfstak zoals de zorg, de “grootmetaal” en de “kleinmetaal”. Die branche-CAO’s hebben dan soms nog weer “onder-CAO’s”. Zo heeft de kleinmetaal (officiele naam CAO Metaal en Techniek) onder-CAO’s voor autoschadeherstelbedrijven (FOCWA-CAO), elektrotechnische installatiebedrijven (CAO Elektrotechnisch Bedrijf), enzovoort. In totaal zijn er zo’n 6000 CAO’s in Nederland, je vindt ze allemaal via de link Alle CAO’s van Nederland.

In dit kader is het belangrijk te vermelden dat bedrijfstak-CAO’s bij Ministeriële Beschikking Algemeen Verbindend Verklaard (AVV) kunnen worden. Zonder deze AVV is de CAO alleen geldend voor bedrijven die lid zijn van een van de werkgeversverenigingen die de CAO gesloten heeft. Maar door de AVV geldt de CAO voor alle bedrijven in die bedrijfstak, ongeacht of ze lid zijn van een werkgeversvereniging of niet. Dit kan nog wel eens tot discussie leiden: hoor ik als bedrijf nu wel of niet tot die bedrijfstak? Daarom is in bedrijfstak-CAO’s een beschrijving opgenomen van de activiteiten van bedrijven die onder die bedrijfstak gerekend worden. Of jouw bedrijf onder een CAO valt is natuurlijk van belang om te weten welke arbeidsvoorwaarden je toe moet passen, bijvoorbeeld als het gaat om salariëring, de wijze van vergoeding van overwerk en het toekennen van bovenwettelijke verlofdagen. In de praktijk vloeit daar meestal niet veel bloed uit. Hoogstens stapt een medewerker die zich misdeelt voelt eens naar de vakbond en zal die je er vervolgens op wijzen dat je de arbeidsvoorwaarden van de CAO moet hanteren. Veel belangrijker is echter de verplichte aansluiting bij een BedrijfstakPensioenFonds (BPF). Zie het artikel Valt u onder een BPF (bedrijfstakpensioenfonds)?

Het idee achter de CAO is dat de zwakker staande individuele werknemer niet met de veel sterker staande werkgever hoeft te onderhandelen over zijn arbeidsvoorwaarden. Dat is namelijk al gedaan door de veel gelijkwaardiger partijen: vakbonden en werkgevers(-organisaties). In een situatie van een ruime arbeidsmarkt met behoorlijk wat werkloosheid klopt dit nog wel. In een krappe arbeidsmarkt werkt het minder goed. Daarbij komt: een CAO is over het algemeen een “minimum-regeling”: betere arbeidsvoorwaarden dan de CAO voorschrijft zijn toegestaan. Dus wordt er in sectoren waarin moeilijk aan personeel te komen is vaak een hoger salaris betaald dan de CAO aangeeft. Waardoor bedrijven die zich wel aan de CAO houden niet meer aan personeel kunnen komen.

Het idee achter de bedrijfstak-CAO en het algemeen verbindend verklaren is dat er op het gebied van arbeidsvoorwaarden een gelijk speelveld wordt gecreëerd voor alle bedrijven die in dezelfde bedrijfstak actief zijn. Zodat er in elk geval niet op arbeidsvoorwaarden geconcurreerd kan worden, want dan zou ten koste van de werknemers kunnen gaan. In de praktijk komt daar tegenwoordig niet zoveel meer van terecht. Zo wordt er in het beroepsgoederenvervoer hard geconcurreerd door Oost-Europese bedrijven en zelfstandige vrachtwagenchauffeurs, juist op de uurlonen. Waardoor Nederlandse transporteurs niet of nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.