Beide ouders van een kind tot 8 jaar hebben recht op ouderschapsverlof. Dit is onbetaald verlof, de werknemer krijgt het salaris dus niet doorbetaald gedurende dit verlof. Per kind (ook een adoptiekind of een erkend kind) heeft elke ouder recht op 26 werkweken (parttime of fulltime maakt niet uit) ouderschapsverlof, wat in principe in 1 jaar tijd wordt opgenomen. In overleg met de werkgever mag het ook over een langere periode worden uitgesmeerd. Maar let op, als het over meer dan 18 maanden wordt uitgesmeerd kan dit negatieve gevolgen hebben voor de berekening van een eventuele WW-uitkering van de werknemer.

Het ouderschapsverlof moet 2 maanden van te voren worden aangevraagd en kan door de werkgever niet worden geweigerd. Maar de werkgever kan wegens zwaarwegend bedrijfsbelang wel een andere inroostering voorstellen dan wat de werknemer wil. Als bijvoorbeeld de werknemer 26 weken achtereen volledig vrij wil nemen kan de werkgever voorstellen dat er gedurende 52 weken als tweeënhalve dag per week opgenomen moet worden. Kom je er met de werknemer niet uit dan kan hij of zij in uiterste instantie naar de rechter.

De functie van de werknemer mag gedurende het ouderschapsverlof niet eenzijdig door de werkgever worden aangepast. Maar in onderling overleg mag het wel. De werknemer heeft na het ouderschapsverlof echter altijd weer recht op zijn of haar oude functie.

Omdat ouderschapsverlof een vorm van onbetaald verlof is loopt de opbouw van verlofdagen hierbij niet door. Dus de verlofopbouw wordt berekend over het aantal uren dat de werknemer wel werkt.